Begrippen
Beroepscompetentieprofielen
Een beroepscompetentieprofiel beschrijft een beroepsbeoefenaar die na het behalen van zijn diploma een aantal jaren ervaring heeft opgedaan (vakvolwassen beroepsbeoefenaar). Het is een uitgebreide beschrijving van alles wat de vakvolwassen beroepsbeoefenaar doet en moet kunnen. Een beroeps(competentie)profiel komt tot stand op basis van onderzoek uit te voeren in de beroepspraktijk. Een of meerdere beroepscompetentieprofielen vormen het referentiekader voor het ontwikkelen van een kwalificatiedossier.
Beroepsprofiel
Een beroepsprofiel geeft de essentie aan van een beroep en een omschrijving van de belangrijkste en meest voorkomende activiteiten in de beroepsuitoefening. Het beroepsprofiel bevat een gestructureerde verzameling uitspraken over: de essentie van een beroep of groep van beroepen, de centrale beroepsactiviteiten, de taken en handelingen die als regel in de uitoefening van het beroep voorkomen, de mate van verantwoordelijkheid, complexiteit en transfer. In het beroepsprofiel moet voldoende breedte tot uitdrukking komen. Dat wil zeggen: duurzaamheid, in meerdere bedrijven uit te voeren en in meerdere functies uit te oefenen. Een beroepsprofiel moet zijn gelegitimeerd door de sociale partners van de desbetreffende bedrijfstak. Beroepsprofielen (of andere gelegitimeerde documenten) liggen ten grondslag aan de kwalificaties.
Branchevereisten
Binnen een branche vastgestelde eisen waaraan een beginnend beroepsbeoefenaar moet voldoen om het beroep te kunnen uitoefenen. Door de minister wordt vastgesteld dat deze er zijn en dat ze gelden. In het kwalificatiedossier is aangegeven waar informatie over de branchevereisten te vinden is, bijvoorbeeld een website of een publicatie. De branchevereisten hoeven niet in het kwalificatiedossier te worden opgenomen.
Centraal Register Beroepsopleidingen (CREBO)
Het Centraal Register Beroepsopleidingen is een systematische verzameling gegevens over erkende beroepsopleidingen en bijbehorende opleiding- en exameninstellingen. De beroepsopleidingen van ROC's, AOC's en vakinstellingen zijn erkend door het ministerie van OCW; particuliere onderwijsinstellingen kunnen per opleiding erkenning aanvragen bij het ministerie. Het CREBO is te raadplegen op www.cfi.nl.
Certificeerbare eenheid
Binnen een kwalificatiedossier kan een deel van de werkzaamheden in een bepaald beroep als Certificeerbare Eenheid worden onderscheiden, wanneer dat deel arbeidsmarktrelevantie heeft. Arbeidsmarktrelevantie wil zeggen dat iemand er betaald werk mee kan krijgen. Vaak zullen voor dit deel van het beroep ook aparte functiebenamingen bestaan. Aan een Certificeerbare Eenheid is een certificaat verbonden. Het certificaat is een op de arbeidsmarkt herkend en erkend bewijsstuk dat de betreffende persoon in staat is een afgebakend en samenhangend geheel van werkprocessen afkomstig uit een (of meerdere) kerntaken uit te voeren en beschikt over de daarvoor noodzakelijke competenties.
Civiel effect
Civiel effect heeft betrekking op de mogelijkheden op de landelijke of Europese arbeidsmarkt en opleidingenmarkt, die voor de kandidaat ontstaan na het doorlopen van een EVC-procedure. Het gaat dan bijvoorbeeld om de toelating tot beroepsgroepen of opleidingen. Het ErVaringsCertificaat heeft een eigenstandige waarde voor het individu en kan leiden tot (artikel 9 convenant kwaliteitscode EVC):
- verbetering of behoud van de arbeidsmarktpositie.
- vrijstelling voor het volgen van onderdelen van een door de sector, branche, Suwi-ketenpartner of beroepsgroep erkende opleiding'.
- het verkrijgen van een door de sector, branche Suwi-ketenpartner of beroepsgroep erkend diploma of (deel)certificaat. In dit geval hoeft er geen sprake te zijn van een vervolgopleiding.
- vrijstelling voor het volgen van onderdelen van een door de minister van OCW/LNV vastgestelde/erkende opleiding. Het verlenen van vrijstellingen valt onder de verantwoordelijkheid van de examencommissie van de betreffende organisatie.
Competenties
Competenties zijn ontwikkelbare vermogens van mensen waarmee ze in voorkomende situaties adequaat, gemotiveerd, proces- en resultaatgericht kunnen handelen. Competenties zijn samengesteld van karakter en relateren aan onderliggende vaardigheden, kennis en houding. Competenties krijgen pas betekenis in een context. Of iemand over de gevraagde competenties beschikt, wordt zichtbaar in gedrag dat, als één van de voorwaarden, leidt tot succes bij uitoefenen van het beroep.
Complexiteit
Dit is een van de twee criteria die het niveau van de kwalificatie bepalen. Het geeft de mate aan waarin (beroepsmatige) handelingen gebaseerd zijn op de toepassing en het bedenken dan wel het combineren van (routinematige en standaard-)procedures. De complexiteit van de beroepssituatie wordt hier getypeerd naar de mate waarin routinematige of niet-routinematige procedures en van nieuwe oplossingsprocedures sprake is. Het andere criterium is verantwoordelijkheid.
Component
Dezelfde competentie kan - bij toepassing ervan in verschillende (beroeps)contexten - verschillende accenten hebben. Daarom heeft elke competentie in het KBB-competentiemodel (powered by SHL) een aantal componenten. Per situatie kan worden aangegeven op welke component(en) bij het aanwenden van de competentie het accent ligt. Componenten zijn verbijzonderingen en associaties van competenties. Zo kent de competentie 'Overtuigen en beïnvloeden' als componenten onder andere 'Indruk maken op anderen', 'Onderhandelen' en 'Overeenstemming nastreven'. De componenten maken het mogelijk preciezer aan te geven welk gedrag bij het toepassen van een bepaalde competentie in een bepaalde context gevraagd wordt. Zie ook het KBB-competentiemodel (powered by SHL).
Diploma
Een diploma is een krachtens de wet erkend document waarmee is aangetoond en vastgelegd dat de bezitter een omschreven kwalificatie behaald heeft. Gekoppeld aan de kwalificatiestructuur is een diploma het bewijsstuk dat een persoon heeft voldaan aan de eisen die in het door de minister van OCW/LNV vastgestelde kwalificatiedossier bij de uitstroom worden vermeld. In het dossier wordt over het diploma vermeld: de naam van het diploma (gelijk aan de uitstroom, het niveau en eventuele schoolvermeldingen.
EVC-procedure
Alle door de EVC-aanbieder geprogrammeerde (primaire en secundaire) processtappen, instrumenten en werkwijzen voor, tijdens en na een EVC-procedure, om EVC conform de eisen in (de normtekst bij) de kwaliteitscode EVC uit te voeren. EVC-procedures zijn variabel van opbouw en afgestemd op de omgeving waarin ze worden uitgevoerd. Elke EVC-procedure leidt tot een ErVaringsCertificaat.
ErVaringsCertificaat
Het document waarin het resultaat van de competentiemeting van een individu in een EVC-procedure is beschreven. Het ErVaringsCertificaat beschrijft onder meer welke competenties de kandidaat heeft in vergelijking met de gehanteerde EVC-standaard, een onderbouwing van de beoordeling, het loopbaandoel van de EVC-kandidaat en de aanbevelingen om het loopbaandoel te realiseren. Het ErVaringsCertificaat voldoet aan de eisen zoals gesteld in de normtekst bij de kwaliteitscode EVC.
Erkend EVC-aanbieder
Een organisatie die EVC-procedures aanbiedt die verloopt volgens de principes en uitgangspunten van de Kwaliteitscode EVC en als zodanig is opgenomen in het register van EVC-aanbieders.
EVC
Het proces van het Erkennen van Verworven Competenties (EVC) heeft tot doel het vaststellen van de verworven competenties, zodat ze door andere partijen erkend kunnen worden. EVC is voor verschillende doeleinden te gebruiken: -door werkgevers die op basis van de vastgelegde gegevens mensen aannemen of zittende medewerkers ondersteunen bij het nemen van verdere stappen in hun loopbaan. Werkgevers gebruiken EVC als een HRM-instrument -door de scholingsinstituten die in hun opleidingen vrijstelling verlenen voor reeds verworven competenties. De scholen gebruiken EVC als een vrijstellingsregeling -individuen/individuele werknemers die met behulp van EVC kunnen (laten) vaststellen welke competenties ze via informeel leren verworven hebben; na eventuele aanvullende opleiding kan dit leiden tot het verkrijgen van een landelijk erkend diploma.
EVC-standaard
Landelijk erkend (competentie) profiel dat de EVC-aanbieder in zijn EVC-procedure als beoordelingskader gebruikt. Dit is een standaard in het CREBO-domein, het CROHO-domein of een door de convenantpartners erkende standaard in het domein van de niet-formele kwalificaties (branchekwalificaties e.d.).
EVC-procedure
Het onderzoeken, beoordelen en waarderen van de competenties van een kandidaat ten opzichte van vooraf gedefinieerde competenties van een EVC-standaard.
Kerntaak
Een kerntaak is een substantieel deel van de beroepsuitoefening naar belang, omvang (tijdbeslag of frequentie) of beide. Een kerntaak bestaat uit een geheel van inhoudelijk met elkaar samenhangende werkprocessen, kenmerkend voor de beroepsuitoefening. Een kwalificatiedossier heeft een beperkt aantal kerntaken. Alle kerntaken samen beschrijven de essentie van de beroepsuitoefening van de betreffende beroepengroep. Kerntaken, werkprocessen en competenties vormen samen het hart van de beroepsbeschrijving in een kwalificatiedossier. Elke kerntaak heeft een proces-competentie-matrix waarin is aangegeven welke competenties moeten worden aangewend bij het uitvoeren van een werkproces van de betreffende kerntaak.
Kwalificatiestructuur
Landelijk samenstel van alle vastgestelde kwalificatiedossiers.
Kwalificatie
Een kwalificatie is de inhoud van het diploma, vastgelegd in een kwalificatiedossier. De uitstroom is de noemer waaronder de inhoud van een kwalificatie is ondergebracht. In de praktijk zijn de begrippen kwalificatie en uitstroom synoniemen.
Kwalificatiedossier
Een kwalificatiedossier bestaat uit de beschrijvingen van een of meer verwante beroepen. Hierbij is aangegeven welke vakkennis, vaardigheden en competenties nodig zijn om de werkzaamheden met een goed resultaat uit te kunnen voeren.
Kwalificatieniveau
Een kwalificatieniveau is een aanduiding van het niveau van beroepsuitoefening, gebaseerd op de mate van verantwoordelijkheid en complexiteit . Het middelbaar beroepsonderwijs kent 4 niveaus.
Kwaliteitscode EVC
Code waarin de principes en uitgangspunten voor de kwaliteit van EVC-procedures zijn vastgelegd. De verkorte naam is 'EVC-code'. De code bestaat uit vijf subcodes. De Kwaliteitscode EVC is geoperationaliseerd in een normtekst, die de beoordelingscriteria bevat.
Loopbaanperspectief
In het kwalificatiedossier geeft het onderdeel 'loopbaanperspectief' informatie over de gebruikelijke beroepsmogelijkheden waarnaar iemand, die een bepaald diploma heeft behaald, kan doorgroeien. Er zijn ook beroepen, die geen aansluitende doorgroeimogelijkheden kennen. In die gevallen wordt vermeld naar welke andere beroepen deze beroepsbeoefenaren in de loop van de tijd (vaak) overstappen.
Paritaire Commissie
Een paritaire commissie beroepsonderwijs bedrijfsleven is per kenniscentrum het structurele ontmoetingsplatform tussen het georganiseerde bedrijfsleven en het georganiseerde beroepsonderwijs. De doelstelling van een paritaire commissie is overeenstemming te bereiken over de inhoud van kwalificatiedossiers.
Prestatie-indicator
De prestatie-indicator beschrijft hoe men kan 'zien' dat een beginnend beroepsbeoefenaar de competentie (en componenten), waar nodig gebruik makend van vakkennis en vaardigheden, succesvol inzet om bij te dragen aan het gewenste resultaat van een werkproces. De prestatie-indicator is beschreven in termen van gedrag. De prestatie-indicator is beschreven in deel C, en maakt deel uit van de informatie behorend bij een werkproces met het te bereiken resultaat in een kerntaak, die de toepassing van de competenties ten behoeve van het resultaat specificeert. Zie ook kwalificatiedossier.
Proces-competentie-matrix
Grafische weergave van de relatie tussen de uitvoering van werkprocessen binnen een kerntaak en de daarbij noodzakelijke competenties. De competentiematrix wordt per kerntaak opgesteld. Op één as van deze matrix staat de beroepscontext in de vorm van werkprocessen, op de andere as de competenties. De proces-competentie-matrix is een hulpmiddel waarmee in één oogopslag de essentie van het beroep, namelijk de relatie tussen beroepsinhoud en competenties duidelijk wordt. Zie ook kerntaak.
Uitstroom
De uitstroom is de noemer waaronder de inhoud van een kwalificatie is ondergebracht. Uitstroomdifferentiatie is de oude naam voor uitstroom. In de experimentele dossiers ontwikkeld in het format van juni 2004 is er sprake van een uitstroomdifferentiatie. In de dossiers ontwikkeld in het format van april 2006, die vanaf schooljaar 2007/2008 in gebruik genomen zijn, is er sprake van een uitstroom.
Verantwoordelijkheid
Dit is een van de twee criteria die het niveau van de kwalificatie bepalen. Het geeft de mate aan waarin beroepsbeoefenaren aanspreekbaar zijn op hun (beroepsmatig) handelen en op de gevolgen daarvan voor het (beroepsmatig) handelen door anderen. Van de beroepsbe-oefenaar wordt geëist dat hij/zij de beroepsmatige handelingen met zorg en toewijding uitvoert en daarover verantwoording kan afleggen. De verantwoordelijkheid kan beperkt zijn tot het functioneren binnen het eigen takenpakket, maar kan zich ook uitstrekken tot (het werk van) anderen. Het andere criterium is complexiteit.
Werkproces
Een werkproces is een afgebakend geheel van beroepshandelingen binnen een kerntaak. Het werkproces kent een begin en een eind, heeft een resultaat en wordt als kenmerkend herkend in de beroepspraktijk. Een werkproces bestaat dus nooit uit één handeling of gedraging. Meerdere werkprocessen kunnen gelijktijdig lopen.
